Boodschappen in Verenigd Koninkrijk 5 procent duurder

In het Verenigd Koninkrijk wijst de voedingsindustrie met name naar de rol van de overheid voor de stijgende voedingsprijzen. Er wordt onder andere gewezen op het gestegen minimumloon met 6,7% en de extra regels die worden opgelegd rond verpakkingen en duurzaamheid. Ook sociale lasten en werkgeversbijdragen nemen toe. 

Sinds januari 2021 zijn boodschappen in het Verenigd Koninkrijk gemiddeld 38% duurder geworden. In augustus bedroeg de jaarlijkse inflatie 5,1% en die zal naar verwachting oplopen tot 5,7% aan het eind van het jaar. Daarmee kent het Verenigd Koninkrijk de hoogste voedselinflatie van alle G7 landen, flink hoger dan in Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten. Producten zoals rundvlees, boter en koffie zijn tot 25% duurder dan een jaar geleden. 

De nasleep van de brexit is nog altijd voelbaar in het Verenigd Koninkrijk. Nieuwe regels voor handel met de Europese Unie zorgen voor vertragingen aan de grens, extra papierwerk en hogere kosten. Alleen al de vleesverwerkende industrie betaalt naar schatting 150 miljoen pond per jaar extra. Dat bedrag is exclusief de extra personeelskosten voor de administratie.

Daarnaast is het lastiger voor bedrijven om personeel te vinden. Voor de brexit kwamen er veel mensen uit Europese Unie werken in de landbouw en voedselverwerking. Nu dat niet meer kan, zijn er grote tekorten aan personeel bij slagers, bakkers en melkveebedrijven.

Het Verenigd Koninkrijk haalt ruim 30% van de voeding van buiten de landsgrenzen, aldus de National Farmers Union. Daardoor drukken prijsstijgingen op de wereldmarkt harder door dan in landen die meer zelf produceren.

Laatste nieuws