Experts verwachten verschuiving in productiestrategieën in 2026

Het internationale advies- en ingenieursbureau NIRAS adviseert fabrikanten te investeren in flexibele en efficiënte productiefaciliteiten, zodat zij adequaat kunnen reageren op veranderingen in de markt.

Jonas B. Borrit, Vice President Process Industries bij NIRAS, blikt vooruit op basis van recente ontwikkelingen: “Fabrikanten in heel Europa hebben de afgelopen jaren te maken gehad met flinke uitdagingen. Alleen al in 2025 zagen we voortdurend veranderende invoertarieven, stagnerende economische groei en stijgende loonkosten, bovenop de continue uitdaging van veranderende consumentenbehoeften.”

Volgens Borrit blijven deze uitdagingen nog wel even standhouden. Voedingsmiddelenproducenten zullen dus flexibel en innovatief moeten blijven denken en handelen.

“Zo zien we bij NIRAS een groeiende focus op het vermijden van kapitaalinvesteringen: eerst bestaande operaties volledig optimaliseren, voordat men aan nieuwe investeringen denkt. Door de grotere druk op kosten en budgetten blijft deze aanpak ook volgend jaar van groot belang,” aldus Borrit.

Samen met collega’s Nick Hickman, Vice President Business Development in het Verenigd Koninkrijk, en Jolmer Nieuwkerk, Manager Engineering Expertise in Nederland, deelt Borrit de belangrijkste verwachtingen voor het komende jaar:

1. Plantaardige eiwitten bereiken schaalgrootte

Jolmer Nieuwkerk heeft jarenlange ervaring in de zuivelsector en wordt met zijn expertise steeds actiever in de alternatieve eiwittenmarkt en voorziet: “2026 zou het jaar kunnen worden waarin de plantaardige eiwitrevolutie echt grootschalig wordt. De vraag naar alternatieve eiwitbronnen was nog nooit zo hoog, mede dankzij enorme verbeteringen in smaak en textuur én een groeiend bewustzijn over de impact van dierlijke eiwitten op het milieu.”

Bovendien zullen, aldus Nieuwkerk, start-ups en pioniers zelf de vooroploper zijn: “Veel innovatieve bedrijven schalen hun plantaardige producten op richting pilot- en fabrieksniveau. De grootste uitdaging is het vinden van financiering en technische kennis om ideeën uit te bouwen tot veilige, schaalbare en rendabele operaties die kunnen concurreren met gevestigde spelers in bijvoorbeeld de traditionele zuivel.”

Nieuwkerk benadrukt ook de opkomst van hybride eiwitproducten: “Er is meer aandacht voor hybride benaderingen binnen de eiwittransitie. Plantaardig verschilt wezenlijk van dierlijk, zowel qua proces als product. Pure plantaardige eiwitten gedragen zich anders. Toch kun je het aandeel dierlijk eiwit verlagen zonder concessies te doen aan producteigenschappen, mits het proces daarop wordt aangepast.”

2. Energie­transitie blijft evolueren

“Duurzamer produceren is, gezien de kosten­druk, belangrijker dan ooit. Lagere emissies, meer energie-efficiëntie en andere kostenbesparingen zijn essentieel voor groei, los van de grote impact die de sector heeft op de planeet,” licht Borrit toe. Hij ziet dit in de hele voedingsindustrie terug.

“Het goede nieuws is dat nieuwe technologieën, zoals geavanceerde warmtepompen, groene brandstoffen en Power-to-X-oplossingen, het speelveld verruimen. Warmtepompen halen steeds hogere temperaturen en leveren zo een belangrijke bijdrage aan duurzamere energieopwekking.”

3. Meer nadruk op project­verantwoording en Total Cost of Ownership (TCO)

“We zien dat veel investeringsprojecten (CapEx) strenger worden beoordeeld door wereldwijde onzekerheid en de druk op kosten­,” aldus Nick Hickman. “Deze toegenomen mate van beoordeling maakt een betere analyse van de totale eigendomskosten (TCO) noodzakelijk. Door het aanbrengen van een grotere focus op TCO in 2026 kunnen bedrijven de haalbaarheid van projecten beter beoordelen en zo gegrond blijven investeren in capaciteit en efficiëntie.”

4. Flexibeler produceren en footprint

“Snel de markt op kunnen blijft cruciaal. Door aanhoudende kosten­druk is er behoefte aan flexibele, efficiënte fabrieken die direct op trends kunnen inspelen,” aldus Hickman. “We blijven inzetten op ‘capital avoidance’, het strategisch beheren van assets en operaties om onnodige investeringen te voorkomen, en verwachten dat deze focus op optimalisatie en flexibiliteit in 2026 doorzet.”

“Een fabriek die op meerdere producten is ingericht, is per definitie wendbaarder en dat moet een vast onderdeel van het ontwerp zijn. Veel fabrieken zijn echter nog ingericht op grote volumes en voorraden; het vraagt producenten om op een andere manier te gaan denken.”

5. Meer fabrieks­ontwikkeling in stedelijke gebieden

“Naast de vraag naar meer flexibele faciliteiten, zullen nieuwe productielocaties steeds dichter bij stedelijke gebieden worden gebouwd. Zo kunnen bedrijven makkelijker personeel aantrekken en behouden, maar dit brengt weer nieuwe uitdagingen in de toeleveringsketen met zich mee,” voorspelt Borrit.

“Veel Europese locaties staan onder druk om te renoveren; terugverdientijd en productiviteit zijn nu de doorslaggevende factoren bij investeringsbeslissingen.”

Laatste nieuws